Pijnpolikliniek.Info

 
 
 
Algemene info                              
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
De Geschiedenis van de Pijngeneeskunde in Roermond                    
10 november 2011

www.pijnpolikliniek.info


De pijnpolikliniek werd geopend op 7 april 1996. Dit was de start van de structurele behandeling van chronische pijn in Roermond. Pijn is echter van alle tijden en de behandeling ervan had eveneens de aandacht.

Uit de oudste archieven van het St. Laurentiusziekenhuis blijkt dat er al in de jaren '40 al pijnbehandelingen plaats vonden.




De eerste geregistreerde pijnbehandeling in Roermond vond plaats op 13 december 1944. Het was midden in de oorlog. Alle ziekenhuis activiteiten hadden zich verplaats naar de kelderverdieping. Het ging om een patient met "lumbago". Het woonadres suggereerd dat het ging om iemand die in het ziekenhuis woonde, bijvoorbeeld een personeelslid. Een epidurale sacrale injectie, zou men tegenwoordig een caudaalblok noemen, en wordt in een soortgelijk vorm nog steeds toegepast. Het middel dat toen wordt toegepast was tutocaïne. Dit is een middel voor plaatselijke verdoving dat niet meer in de handel is. In die tijd werd de injectie drie keer herhaald, de laatste keer op eerste kerstdag.

Begin van de jaren '90, werd bij een specifieke groep patiënten met rugpijn reeds de "facetdenervatie"  toegepast. De behandeling werd uitgevoerd, niet door een anesthesioloog, maar door de radioloog Peter Kessing. Er werd gebruik gemaakt van radiofrequente stroom, met een apparaat van Radionics. Hiermee was het mogelijk de z.g. mediale tak van de ramus dorsalis te "denerveren", althans zo zag men dat toen. Dit is de zenuwtak die naar het facetgewricht leidt. In werkelijkheid wordt de zenuw amper beschadigd, maar het vermogen om pijnsignalen door te geven wordt verstoord.

De pijnpolikliniek kwam pas van de grond met de komst van Peter de Jong die reeds ervaring had opgedaan met pijn bij kanker in de Dr. Daniel den Hoedkliniek te Rotterdam (1989-1993) en met chronische pijn in het Merwedezieknhuis te Dordrecht/Sliedrecht (tegenwoordig Albert Schweitzer Ziekenhuis). Hij was toen ook secretaris (en later vice-voorzitter) van de sectie pijnbestrijding van de Ned. Ver. voor Anesthesiologie. De eerste spreekuren begonnen in april 1996. De pijnpoli kreeg toen secretariele ondersteuning vanuit de poli Urologie, die toen tijd overhadden vanwege de ziekte van één van de urologen. De behandelsessie vonden plaats op Operatiekamer 6. Daarbij werd gebruik gemaakt van de Radionics apparatuur van de Röntgen afdeling. De behandeltafel was niet echt geschikt, maar met improviseren, lukte het wel. In de zomer van 1996 kreeg de pijnpolikliniek een eigen secretariaat in de persoon van Corrie Bloemen. Later werd het secretariaat uitgebreid met Yvette Niessen en Monique Hannink.

Al vrij snel werd door de toenmalige raad van bestuur een echte behandeltafel (tweede hands) en een RF-laesie generator van Fischer, de Neuro N50, goedgekeurd, geleverd door Korst Medical Instruments te Nieuwegein. De firma Fischer is inmiddels overgenomen door Stryker. Het voordeel van Fischer boven Radionics is dat het een volledig digitale apparaat was. Toen later de gepulseerde RF-laesie opkwam, kon met een kleine aanpassing ter waarde van 3000 gulden het apparaat worden omgebouwd, terwijl bij Radionics een heel nieuw apparaat nodig zou zijn geweest.



De gepulseerd-RF laesie werd al vanaf 1999 toegepast. Daar bij werd het mogelijk behandeling te doen bij 42 graden i.p.v. 80 graden. Dit maakt de kans op napijn veel geringer, en konden ook kleine (perifere) zenuwen behandeld worden.

Op een heel ander front, werd gewerkt aan behandeling van pijn van de ledematen en gewrichten. Vroeger werd bij posttraumatische dystrofie (CRPS-1) een zogenaamde RIS-blok gedaan (regionale intraveneuze sympathectomie). Deze behandeling bleek in de jaren '90 achterhaald. Het alternatief van de iontoforese, een methode om door middel van stroom, geneesmiddelen door de huid te laten paseren. De eerste apparaten waren van het merk Physionizer. Aanvankelijk werd vooral ketanserine (Ketensin) toegediend bij CRPS-1 en dexamethason bij gewrichtsklachten, slijmbeursontsteking en littekenpijn. De Ketensin werd enige tijd later vervangen door labetalol (Trandate). De apparatuur is later eveneens vervangen met de EMPI. Dit had een voordeel boven de Physionizer omdat er geen zilverelektrode in zat. Ongeveer 5% van de patienten kreeg blaren vanwege nikkelallergie; de zilverelektorode bevatte een paar procent nikkel. In plaats van met vocht gevulde plastic kuipjes, wordt nu gebruik gemaakt van pleisters. Overigens wordt nog het meest gewerkt met Ketanest-S en dexamethason.


De RF-laesie generator was na 10 jaar aan vervanging toe. Dat gebeurde in 2006. Er werd gekozen voor de NeuroTherm NT1000. Dat had een veel betere grafisch dysplay met mogelijkheden voor een interface met het ziekenhuis informatie systeem.





komen en gaan van anesthesiologen/pijnbestrijders

Een jaar na de komst van Peter de Jong, toen Nico Grupa bij de maatschap kwam in 2001, waren er twee pijnspecialisten. Nico Grupa deed, net als  Peter de Jong, twee dagdelen pijnbestrijding.  Hij had al een deel van de pijnopleiding in het AZM gedaan en heeft zich in Roermond verder ontwikkeld.
 
De groep pijnbestrijders werd verder uitgebreid op 1 oktober 2002, met de komst van Raymond Frederiks. Hij was opgeleid in Dijkzigt, o.a. Bij Prof. F. Huygen en J. Klein. Een aanvullend pijnstage werd gedaan in Breda bij Rob van Seventer. 

Nico Grupa besloot in 2004 ons te verlaten om in het Atrium Ziekenhuis verder te gaan. Hij werd vervangen door Leon Ubags, die zijn vooropleiding in het AMC had gedaan, onder andere bij Jan Vrancken. Ook hij heft zich in Roermond verder ontplooid. Het geschiedenis herhaalde zich. Op 1 januari 2008 is hij in het Orbisconcern te Sittard verder gegaan, als full-time pijnbestrijder. Op 1 maart, 2008 begon Jon Anderson in Roermond. 

De organisatie is in oktober 2007 veranderd door zo veel mogelijk de nieuwe patienten te zien op aparte spreekuren op maandag. Inmiddels waren er 9 dagdelen pijnbetrijding per week. Dit aantal is inmiddels te weinig. Er wordt een business pan geschreven ten behoeve van de uitbreiding van de pijnbestrijding met nog eens 5 dagdelen.

In oktober 2009 werd een aanvraag ingediend voor retrograde erkenning als pijnkliniek niveau B. De individuele pijnbestrijders hebben eveneens erkenning aangevraagd voor retrograde erkenning als anesthesioloog met aandachtsgebied pijngeneeskunde. Inmiddels hebben alle pijnbestrijders in Roermond de retrograde erkenning  gekregen. Het Laurentius Ziekenhuis heeft echter de status van Pijncentrum A gekregen. Inmiddels wordt deze indeling gereviseerd. Er komt een andere indeling voor in de plaats.




Ondersteuning van de praktijk is van essentiele belang. Niet alleen de eerder genoemde secretariaat is onontbeerlijk. Degene die op de werkvloer de behandeling van patienten ondersteunen, dragen in belangrijke mate bij tot het success van de afdeling. Vanaf 1996 waren dit vooral John Lemmens en Marleen Claessen. Bij hun vertrek in 2008 stonden nieuwe medewerkers klaar om de fakkel over te nemen. Ralph Nuy en José Pijnenburg zijn na John Lemmens benoemd tot de functie van pijnverpleegkundige. Verdere assistentie kwam van Petra Nuyens.

Nieuwe ontwikkelingen

Vanaf 2007 wordt in het Laurentius Ziekenhuis ook Ketanest-S toegepast bij zenuwpijn en posttraumatische dystrofie (CRPS-1), na berichten uit Australië over goede resultaten bij de toepassing in dagopname. Momenteel worden al jaarlijks meer dan 100 patiënten hiermee behandeld. Sinds de publicatie van Stigtermans uit het LUMC over de effectiviteit bij vier daagse infusie van Ketanest-S bij CRPS-1 wordt ook steeds vaker, deze groep patienten hiervoor opgenomen voor langere periodes. 

Eveneens in 2007 werden de eerste effectieve middelen tegen doorbraakpijn bij kanker geïntroduceerd. Peter de Jong is hierbij vanaf het begin betrokken geweest, en is lid van het landelijk adviesraad van de firmas Therabel en Cephalon aangaande doorbraakpijn bij kanker.

In 2008 werd eveneens gestart met een nieuwe behandel techniek: de IDET en TDD catheters. De introductie van deze techniek was succesvol verlopen en behoorde tot reguliere behandelingen in het Laurentius Ziekenhuis, mede dankzij goede ondersteuning vanuit de afdeling fysiotherapie. Helaas is de IDET catheter in de ban en wordt deze techniek tot nader orde opgeschort.

In november 2010 werd de Qutenza geintroduceerd. Roermond was daarbij één van de eerste klinieken in Nederland om dit toe te passen. Peter de Jong is lid van het Europees Adviesraad voor Qutenza.


Vanaf 1 oktober 2011 is er een splitsing van wegen gekomen. De pijnbestrijding groeide jaarlijks met 10 tot 15%.  De wachttijden voor poliklinische controles bij Peter de Jong liepen op tot meer dan vijf maanden. Deze situatie was onhoudbaar. Uitbreiding van werktijden was binnen de maatschap onbespreekbaar. Doorgaan als zelfstandige pijnbestrijder binnen het Laurentius Ziekenhuis bleek eveneens niet haalbaar. Daarom werd gekozen voor een zelfstandig behandelcentrum die gefocusd is op multidisciplinaire pijnbehandeling.

De DC|Pijncentrum Roermond maakt deel uit van de DC|groep. De DC|groep werd opgericht door Prof. Loek Winter en is begonnen in 1995 als een diagnostisch centrum in Amsterdam, maar is inmiddels veel breder. Sinds 2008 zijn er DC|Pijncentra die als zelfstandig behandelcentrum opereren. Dit vindt plaats in samewerking met  DC|pijncentrum Almere, DC|pijncentrum Rotterdam en het Jan van Goyen Kliniek in Amsterdam. Op 1 november ging ook het DC|pijncentrum Alkmaar open en per 1 januari begint ook het DC|Pijncentrum Voorschoten. Er wordt landelijke dekking nagestreefd.

Inmiddels zijn er meer dan 600 patienten gezien in de eerste 12 weken waarvan een kwart helemaal nieuw zijn. De drukte is zodanig dat er al behoefte is aan uitbreiding. Begin 2012 wordt de formatie versterkt met collega Dirk Peek, die tevens ook werkzaam is in het St. Jansgasthuis te Weert.

P.C.de Jong
 
© NIV Webhosting Swalmen - Laatste wijziging op 01-01-2012